Het interieur van een kerk kent vele onderdelen en is nooit hetzelfde. Wat maakt een interieur waardevol?
Om dit te kunnen bepalen, heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed waarderingscriteria ontwikkeld.
Elementen, zoals de structuur van een pand, de afwerking en de inrichting vormen een ‘gave’ eenheid. Er zijn kwalitatief hoogwaardige materialen en technieken met veel vakmanschap toegepast. Aanwezigheid van decoratieve elementen en (toegepaste) kunst. Aanwezige interieuronderdelen verkeren in goede conditie. Het gaat om een zeldzaam of karakteristiek interieur(onderdeel) met weinig vergelijkbare ‘exemplaren’. Het is van uitzonderlijk historische betekenis. Het vertelt een interessant verhaal over het gebruik en de gebruikers. Ook bepalend zijn stijlzuiverheid, regionale kenmerken en betrokken ontwerpers en kunstenaars. Wil je meer weten over het waarderen en in stand houden van interieurs kijk dan verder op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Bij herbestemming wordt vaak vooral gekeken naar een transformatie waarbij de kerk overeind gehouden wordt. Daarbij wordt het interieur nog wel eens vergeten, soms zelfs opgeofferd. De interieurwaarde kan echter net zo groot of vaak zelfs groter zijn dan het gebouw zelf.
Verkoop van kerkgebouwen leidt tot nieuwe eigenaren en nieuwe gebruikers. Die nieuwe gebruiker zal in het onderhoud moeten voorzien en een vorm van exploitatie nodig hebben. Dit betekent druk op het interieur, want dat moet in de meeste gevallen worden aangepast. En dan komt de vraag; strookt die aanpassing met de historische waarde van het interieur? Wat wordt bewaard en wat niet? Wat wordt meegenomen als de gebouwen aan de eredienst onttrokken worden vanuit de overtuiging en regelgeving van de eigenaar? Soms is daarover verschil van mening tussen de monumentenzorg en de oorspronkelijke eigenaar.
Bij de onttrekking aan de eredienst hoort ook de verwijdering van bepaalde gewijde objecten. Bij een fusie worden deze meestal meegenomen of ze worden opgeslagen. Dat maakt het behoud van waardevolle interieurensembles – waar het juist gaat om de samenhang tussen gebouw, interieur en objecten – nog lastiger. Bij een cultuurhistorisch waardevol interieur worden de herbestemmingsmogelijkheden behoorlijk beperkt. Als er sprake is van her- of nevenbestemming moet men op zoek naar een nieuwe bestemming voor de religieuze onderdelen, zoals altaren, preekstoelen en regelmatig ook het orgel. Om eigenaren, overheden en erfgoedprofessionals te helpen bij het maken van de juiste keuzes voor behoud voor de toekomst zijn er acht publicaties samengesteld door Museum Catharijneconvent en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze zijn ook heel interessant om eens te bekijken of door te nemen.
Ze geven inzicht in de stand van zaken rondom verschillende interieurtypen. In de reeks komen Bossche Schoolkerken, Kloosterkapellen, Protestantse kerken, Kunstwerkplaatsen van de neogotiek en Waterstaatskerken, Schuilkerken, Post 65 gebouwen, Historische gedenktekens in kerken en Orgels aan bod. Klik op de gewenste link en de publicatie opent.